Meest gewaardeerd

  • Entries (RSS)
  • Comments (RSS)

Kasteel van Beersel

Categorie (Deel 3, Vlaams-Brabant) door

Sleutelwoorden : , , , , , ,

Onder de regering van Hendrik III, hertog van Brabant (+ 1261), leefden Pieter en Hendrik van Beersel op een versterkte hofstede in Beersel. In 1271 was Leo van Beersel voogd van Mathilde, kasteleine van Brussel, die de tienden van Beersel in leen hield van Jan I, hertog van Brabant, maar ze in 1277 overdroeg aan de abdij van Vorst.

vknk_beersel

Een akte van 1292 vermeldt «Arnoldus et Leonius, fratres de Beersele» (de gebroers Arnold en Leo van Beersel). Zij hadden nog een broer, Jan van Beersel, die meier (villicus) was in Brussel. De familie van Beersel werd opgevolgd door een ander machtig geslacht, de familie Hellebeke, die rond het jaar 1300 aanzienlijke gronden in Beersel bezat. De Hellebeke’s waren trouwe vazallen van de hertog van Brabant en lieten, bij verschillende gelegenheden, hun verknochtheid blijken. Zo toonde o.a. Arnold van Hellebeke zich een dapper krijger, aan de zijde van de Brabantse hertog, in de slag van Woeringen (1288).

Godfried van Hellebeke (Godfroid de Halbeke) wist kennelijk de gunst van Jan II, hertog van Brabant, te winnen, want in 1300 kreeg hij van zijn vorst de toelating om op zijn gronden in Beersel een versterkt kasteel te bouwen. Bovendien brachten zulke toelatingen alleen maar voordeel aan de landsvorsten, die daardoor hun macht konden vergroten: enerzijds kon de hertog altijd rekenen op de steun van zijn leenman, die hij had begunstigd, en terzelfdertijd werd Brussel — residentie van de Brabantse vorst — beveiligd door weerbare burchten in de onmiddellijke omgeving, die individueel de toegangswegen tot de stad beschermden. Tevens zou een kring van kastelen mogelijke belagers wel kunnen afschrikken.

De belangrijkheid van de familie van Witthem kan best aangetoond worden door de doop van Pieter van Witthem, zoon van Hendrik V: zijn peters waren Hendrik van Bergen (bisschop van Kamerijk), de graaf van Sint-Pol en Philips van Luxemburg, en zijn meter was Maria, hertogin van Boergondië.

Hendrik V van Witthem en zijn echtgenote werden in de kerk van Beersel begraven onder een praalgraf met liggende beelden. Die kerk werd in 1730 door blikseminslag grotendeels vernield. Bij de heropbouw vonden werklieden het goed bewaarde lichaam van Hendrik V, terwijl van zijn echtgenote alleen een stuk van het schouderbeen was overgebleven. Dat het lichaam van de heer van Beersel, na twee eeuwen, nog zo gaaf was lokte onmiddellijk een grote toeloop bijgelovige nieuwsgierigen naar het dorp en in de kerk werd al onmiddellijk van een mirakel gesproken. Deken Vandersprot uit Sint-Pieters-Leeuw stelde een onderzoek in en kwam tot de vaststelling dat het lijk gebalsemd werd met in olie en aromaten gedrenkte doeken, die het lichaam zo goed hadden bewaard.

Philips van Witthem, oudste zoon van Hendrik V, kreeg alle bezittingen van zijn vader, uitgenomen de heerlijkheden van Petit-Roeulx bij Nijvel, Arquennes en Bousval. Deze bezittingen werden door zijn zuster als bruidsschat aan Bernard van Orley gebracht. Daaruit kan men besluiten dat Pieter en Adriaan van Witthem, de andere zonen van Hendrik V, nog voor hun vader overleden waren.

Lees gans de historie over dit kasteel in deel 3 uit de reeks “Van Kasteel naar Kasteel” door Paul Arren.

Kasteel van Bruyelle

Categorie (Deel 9, Henegouwen) door

Sleutelwoorden : , , , ,

vknk_bruyelleOver het grondgebied van Bruyelle liep een Romeinse heirweg en aan die baan werden funderingen aangetroffen van Romeinse bouwwerken evenals een aantal Romeinse munten van o.a. Marcus Aurelius (121-180), Romeins keizer van 161 tot 180.

Bruyelle is een oude heerlijkheid die afhing van de baronie van Antoing en de eerste heren van Bruyelle waren telgen uit het geslacht de Brufelle.

In de 12de-eeuw werd op het grondgebied van Bruyelle reeds een eerste burcht opgericht, middenin een moerassig gebied. Wie de oprichter van die sterkte was en hoe die eruit zag is echter niet geweten.

Van die versterking zijn nog grondvesten bewaard gebleven onder het huidig binnenplein en in enkele kelders van het huidig kasteel. Een net van gangen en kelderruimten werd tijdens Wereldoorlog I blootgelegd toen enkele obussen op dit binnenplein insloegen.

De heerlijkheid Bruyelle kwam in het bezit van de graven du Chastel door het huwelijk — in 1380 — van Gerard du Chastel, heer van La Howarderie; enz. met Isabelle van Henegouwen-Bruyelle, erfvrouwe van Aix-en-Pévèle; enz., dochter van Jan I, graaf van Henegouwen, heer van Aix-en-Pévèle, Bruyelle; enz. Zij was een afstammelinge van Willem II, graaf van Henegouwen (+ 1345) en van Johanna van Brabant, een dochter van Jan III, hertog van Brabant.

In deel 9 van “Van Kasteel naar Kasteel” door kasteel-o-loog Paul Arren kan u veel meer lezen over kasteel Bruyelle.

Kasteel van Bioul

Categorie (Deel 9, Namen) door

Sleutelwoorden : , , , , , , ,

Het kasteel van Bioul (ook kasteel Vaxelaire genoemd) staat in het centrum van de gemeente, alwaar een viervoudige lindendreef van de dorpsplaats naar de toegangspoort van het domein leidt, dat zich uitstrekt over 30 ha.

vknk_bioul1

De heerlijkheid Bioul hing af van het baljuwschap van Bouvignes in het graafschap Namen en was misschien wel één van de belangrijkste hoogheerlijke lenen van Namen.

In de XIde eeuw behoorde de heerlijkheid Bioul aan het edel geslacht van Orbais. In 1266 leefde Gobert d’Orbais, genoemd van Bioul, die een schoonbroer was van Willem van Leuven-Perwijs (of Perwez), een zoon van de toenmalige hertog van Brabant.

Door het huwelijk van de erfdochter van Gobert d’Orbais met Gerard de Jauche kwamen heerlijkheid en kasteel van Bioul in handen van deze illustere familie. De familie Goblet, die haar rijkdom en latere adelstand (een markiezentitel) te danken had aan de koperindustrie, verwierf de heerlijkheid op het einde van de l5de eeuw. Nadien kwam het bezit weer in handen van de familie de Jauche.

In 1522 werd Louis de Celles eigenaar van Bioul, die de heerlijkheid nog in datzelfde jaar overdroeg aan Thierry de Brandenbourg, gehuwd met Isabeau de Herbais.

vknk_bioul2De familie de Brandenbourg bleef eigenaar van de heerlijkheid en het kasteel van Bioul tot in 1708, jaar waarin de ijzerindustrieel Guillaume de Bilquin, gehuwd met Marie de Baillencourt, er eigenaar van werd.

In 1725 erfde Marie-Josèphe de Bilquin de heerlijkheid Bioul van haar ouders, bezitting die ze overdroeg aan haar echtgenoot Guillaume-Nicolas Moreau, jongste van twee zonen van André Moreau (+ 1711), eigenaar van hoogovens in Neffe; enz., en van Marie-Jeanne de Bouille (+ 1691).

Guillaume-Nicolas Moreau (+ 15 augustus 1738), heer van Hommelbrouck (onder Oostkamp); enz., bekwam — in Wenen op 9 juni 1731 uit handen van keizer Karel VI — de titel van ridder. Ridder Guillaume de Moreau en zijn echtgenote Marie-Josèphe de Bilquin zorgden voor vijf kinderen:

  • André-Joseph, die opvolgde in Bioul
  • Jeanne-Charlotte, echtgenote van Léopold d’Harvengt
  • Marie-Constance, overleed ongehuwd
  • Henri-Simon-Joseph (+ Charleroi 20 juni 1751), trouwde — in Luik op 13 juli 1749 — met Marie-Barbe de Closset, dochter van Nicolas-Joseph de Closset en van Marie-Jeanne de
  • …/…

lees verder in deel 9 pagina 20 e.v. van de reeks “Van Kasteel naar Kasteel” door Paul Arren.

Kasteel Elverdinge

Categorie (Deel 9, West-Vlaanderen) door

Sleutelwoorden : , , , ,

vknk_elverdinge

Over Elverdinge schreef Sanderus in zijn Verheerlykt Vlaandre deel III, Boek 1, blz 7:

“Elverdinge is, volgens de getuigenissen van Meyer, een zeer oude Plaats, mits die Schryver op het jaar 804 gewag maakt van Lando van Elverdinge. Men ziet hier nog de Overblyfzelen van een oud Kasteel, ‘t welk met eene Gracht en met Water omringt is, en nog hedendaags ‘s Prinsen-Hoff genaamt word, waar uit men vastelyk mag besluiten, zegt Gramay, dat de Prins zich voormaals hier onthouden heeft”.

De heerlijkheid Elverdinge, eertijds verenigd met Vlamertinge, behoorde in de oude tijden aan de graven van Vlaanderen. In 1435 schonk Filips de Goede (1396-1467) hertog van Boergondië; graaf van Vlaanderen; enz., beide heerlijkheden aan één zijner bastaardkinderen, Cornelis van Boergondië.

In 1639 kwam Adrianus vander Burcht (of Borcht) uit Antwerpen in het bezit van de heerlijkheid Elverdinge, die in 1550 afgescheiden werd van Vlamertinge.

Het bestaande jachtpaviljoen werd vervangen door een groot kasteel op een motte, volledig met water omringd.

Adrianus vander Burcht (+ 22 april 1652), gehuwd met Isabella Adriaenssens (+ 8 augustus 1666), werd in Elverdinge opgevolgd door zijn dochter Marie-Isabelle. …/…

Lees ook onder meer de legende van de zwaan en het kasteel in deel 9 van de reeks van “Van Kasteel naar Kasteel” door kasteel-o-loog Paul Arren.

Kasteel Heuvelhof

Categorie (Antwerpen, Deel 7) door

Sleutelwoorden : , , , ,

vknk_heuvelhofHet Heuvelhof — dat op 6 oktober 1973 officieel als gemeentehuis van Boechout in gebruik werd genomen — is een recent gebouwd kasteel.

Op de plaats waar dit kasteelgoed zich bevindt was gedurende vele eeuwen een landbouw-onderneming gevestigd. De Heuvelstraat, waar het Heuvelhof is gelegen, is één der oudste straten van de gemeente Boechout. De straat werd zo genoemd omdat zij over de heuvels loopt, d.i. de hoogtelijn van 15 meter, die als een soort laagplateau, of langgerekte terreinwelving, midden door Boechout loopt. Deze heuvelrug vormt de scheiding tussen de Scheldevallei in het westen en de Netevallei in het zuidoosten. De Heuvelstraat (vroeger de «Huevelt» en via «Heuvelstrate» naar «Heuvelstraat») dankt ongetwijfeld haar naam aan dit hoogteveld en niet — zoals soms beweerd wordt — aan kasteel Heuvelhof.

Het domein, dat later het Heuvelhof zou worden, werd reeds in 1399 vermeld als eigendom van Willem van Campecker (ook Campacker geschreven) en op die bezitting stond een woning die door de eigenaar en zijn familie werd betrokken. Jaarlijks diende de bezitter van dit goed aan het laathof (of cijnshof) van Sombeke, dat afhing van de Gentse Sint-Baafsabdij, een grondcijns van 15 oude groten te betalen. In die periode hoorde Boechout onder het graafschap Vlaanderen en dat kwam zo …/…

Op 3 mei 1881 werden de goederen te Boechout toegewezen aan François-Hyacinthe Waterkeyn, die ze onmiddellijk verhuurde aan zijn broer. Na het overlijden van Henri-François Waterkeyn kwam François-Hyacinthe naar Boechout, waar hij het kasteeltje betrok tot aan zijn overlijden in 1902.

Van zijn drie zonen : Joseph-Marie, Jean-Pierre en Aloïs-Henri, was het de oudste die in het bezit kwam van het landhuis met de stallingen, remise, hof, enz., in totaal 2 ha 56 a groot. Door uitwisseling met zijn broers wist Joseph Waterkeyn — op 3 maart 1904 — het ganse domein te verwerven.

In 1909 liet Joseph-Marie-François-Constant Waterkeyn (1865-1963) het landhuis afbreken om op dezelfde plaats — in 1910 — een nieuw kasteel te bouwen. Het werd een nagenoeg rechthoekig gebouw (bezet met natuursteen), van twee bouwlagen, in neo-Lodewijk XVI-stijl, onder een pseudo-mansardedak. Het was een ontwerp van architekt Albert Arnou uit Antwerpen. Het nieuwe kasteel werd Heuvelhof gedoopt.

Amper vier jaar later, in het begin van oktober 1914, werd het nog nieuwe kasteel door de Duitsers totaal afgebrand. Alleen de muren bleven overeind en zouden acht jaar lang getuigen van het ondergane geweld.

Alles over Heuvelhof in deel 7 “Van Kasteel naar Kasteel” door Paul Arren

Kasteel Schoonhoven

Categorie (Deel 7, Vlaams-Brabant) door

Sleutelwoorden : , , , , ,

vknk_schoonhovenKasteel Schoonhoven bevindt zich aan de Diestsebaan nr. 10 in Aarschot, de Brabantse stad aan de grillige boorden van de Demer, een rivier die de scheiding maakt tussen de vlakke Kempen en het heuvelachtige Hageland.

Aarschot was reeds in de 13de eeuw een zeer welvarende stad dankzij de uitvoer van o.a. wol en laken.

Sint-Rochus liet de stad Aarschot, waarvan hij patroonheilige was, soms wel erg in de steek.

In 1489 werd Aarschot door troepen van Maximiliaan van Oostenrijk veroverd en verwoest en in 1542 plunderden en vernielden soldateska onder Maarten van Rossem haar opnieuw. Wat nog recht stond werd door een verschrikkelijke overstroming weggespoeld. Opnieuw belegerd en verwoest onder Karel de Stoute werd de stad in 1578 leeggeplunderd en platgebrand door de Spanjaarden. Kronieken uit dit laatste jaar vermeldden dat Aarschot nog welgeteld vijftien inwoners had, waaronder tien armen. In 1637 werd Aarschot geteisterd door een geweldige brand en in 1645 en nogmaals in 1666-’67 richtte de pest een ware ravage aan onder de bevolking. …/…

Op de Kouterberg in Aarschot staat de ruïne van de Orleanstoren of de toren van Aurelianus, van waarop men een mooi vergezicht heeft over de stad en de omgeving. Het is het énige overblijfsel van de 13de-eeuwse stadsomwalling. Volgens een legende zou de Romeinse veldheer Aurelianus hier een arend neergeschoten hebben, waardoor de plaats «Arendschoot» en later Aarschot genoemd werd. Volgens een andere overlevering was het Julius Caesar die de arend met één welgemikt schot neerhaalde. …/…

Het kasteel van Schoonhoven werd in 1777 door de toenmalige eigenaars, Jean-Antoine, graaf van der Noot, en zijn echtgenote Marie-Josèphe de Taye, opgericht op de grondvesten van het oudere kasteel. Dit bouwwerk — waarvan de eerste-steenlegging gebeurde door de toen 7-jarige Frans van der Noot — werd opgetrokken in bak- en ijzerzandsteen en had slechts één verdieping. In 1825 werd er een verdieping bijgebouwd en werd het geheel bepleisterd.

De slotkapel, achteraan het kasteel, is veel ouder dan het huidige kasteelgebouw. Zij kan alleen betreden worden via het kasteel zelf en de bouwmeester heeft indertijd zeer kundig de achtergevel van de middenvleugel aangepast aan de bestaande kapel. Zo werd a.h.w. het kasteel tegen de kapel aangebouwd zodat beide een mooi geheel vormen. Binnenin werd het plafond van de kapel in 1671 voorzien van prachtig stucwerk van de hand van Jan-Christian Hansche, die ondermeer werkzaam was in de abdij van Park te Heverlee; de kastelen Beaulieu in Machelen, Horst in Sint-Pieters-Rode; enz. Het altaar van de kasteelkapel werd in 1774 vernieuwd.

Graaf en gravin van der Noot-de Taye hadden o.a. de volgende kinderen :

— Maximilien-Louis, die opvolgde in de Aarschotse bezittingen;
— Marie-Constance-Ghislaine, huwde — op 27 juni 1796 — met Philippe-Jean-Michel, graaf d’Arschot- Schoonhoven, grootmaarschalk aan het hof van koning Leopold I van België; enz.; en
— François-Marie-Joseph (° 30 april 1770), trouwde — op 29 maart 1809 — met Marie-Louise Keyaerts.

Uit een dokument, in het bezit van de huidige kasteeleigenaar, blijkt dat in 1835 de jaarljke opbrengst van de gronden …/… lees alles over Schoonhoven in deel 7 “Van Kasteel naar Kasteel” door Paul Arren

Kasteel De Rozerie

Categorie (Deel 9, Oost-Vlaanderen) door

Sleutelwoorden : , , , , ,

Eén der belangrijkste kastelen in Aalst was het kasteel van Overham(me), gelegen in de gelijknamige wijk, tussen de Brusselsesteenweg en de Dender. Het omwalde kasteel — met ophaalbrug — werd in de l6de eeuw heropgebouwd door Gérard du Bosch, onderbaljuw van Aalst; ridder (vanaf 9 februari 1556); enz., maar in 1948 werd het afgebroken. Slechts enkele aanhorigheden van het vroegere kasteel bleven nog over, geïntegreerd in de nieuw aangelegde villawijk.

Kasteel De Rozerie (vroeger Château des Roseraies en La Roseraie genoemd) werd rond 1852 opgetrokken op de plaats van een oude hofstede. Het landhuis werd gebouwd in opdracht van het echtpaar Eliaert-Cools op het grondgebied van het kasteeldomein Overhamme. Corneille Eliaert en Catherina Cools huwden op 23 mei 1823 en zij werden, na hun overlijden, in 1855 opgevolgd door hun oudste dochter Josèphe Eliaert, die in 1850 gehuwd was met Jean-Léon Leirens, zoon van Charles-Marie Leirens, notaris; enz., en van Marie-Thérèse Nillis.

vknk_rozerie

Jean-Léon-Charles-Marie Leirens, genoemd Leirens-Eliaert (Brussel 9 augustus 1828 — Aalst 24 januari 1913), industrieel; direkteur van een garenspinnerij en -blekerij in Aalst; senator voor het arrondissement Aalst (van 9 juni 1874 tot 12 juni 1888); enz., en zijn echtgenote hadden vier kinderen :

— Marie (1851-1928), trouwde in 1873 met Charles-Anne-François Liénaert (1848-1921), gemeenteraadslid te Aalst; provinciaal raadslid voor het arrondissement Aalst; senator (1888-1898); enz.;

— Paul (° 1853);

— Louise (° 1854); en

— Henriette (° 1856).

Lees verder in deel 9 “Van Kasteel naar Kasteel” door Paul Arren.

Kasteel de Jonghe d’Ardoye

Categorie (Deel 7, West-Vlaanderen) door

Sleutelwoorden : , , ,

Ardooie werd reeds in het jaar 847 vermeld als Hardoia in een schenkingsakte van Karel de Kale aan de abdij van Elnon(e) in Doornik.

Er bestond eertijds een adellijke familie van Ardoye die onder Robrecht de Fries, graaf van Vlaanderen, in 1072 zekere rechten had over deze plaats. De titel, voorrechten en landerijen van de heren van Ardooie werden, door het huwelijk van Jacqueline van Assebroeck, vrouwe van Ardoye, met Roger de Lichtervelde (een zoon van Roger de Lichtervelde en van Margaretha van Wynckele, vrouwe van Beernem), aan deze familie overgedragen.

vknk_ardoy

Roger de Lichtervelde liet een zoon na, ook Roger geheten, gezegd van Ardooie, heer van Beernem; grootbaljuw van Gent; enz., die hem opvolgde. In 1419 behoorde de heerlijkheid Ardooie aan Jacques de Lichtervelde, die er de prachtige en stoere burcht Autviver (nu volledig verdwenen) bezat. …/….

Het classicistische kasteel de Jonghe d’Ardoye, in de wijk ‘t Veld middenin een 60 ha groot brok groen, werd in 1780-1781 opgericht door Théodore, burggraaf de Jonghe, zoon van Théodore de Jonghe, heer van Ardooie; prokureur-generaal bij de Justitieraad van Vlaanderen te Gent; enz., en van Agnes Maelcamp.

Théodore-Jean-Joseph-Ghislain, burggraaf de Jonghe (Gent 9 maart 1747 — aldaar 11 december 1828), heer van Ardoye; enz. bekwam — op 12 december 1772 te Wenen — de titel van burggraaf, overdraagbaar bij eerstgeboorte, uit handen van keizerin Maria-Theresia. Willem I, koning der Nederlanden, benoemde Théodore-Jean-Joseph de Jonghe tot burggraaf in de ridderschap van Oost-Vlaanderen en dat gebeurde te ’s-Gravenhage op 14 april 1816.

Burggraaf Théodore-Jean-Joseph de Jonghe huwde — in Gent op 22 augustus 1773 — met Isabelle-Marie-Colette-Chislaine Vilain XIIII (Gent 22 februari 1755 — aldaar 4 januari 1827), dochter van Jean-Jacques-Philippe, burggraaf Vilain XIII, grootbaljuw van Gent; enz., en van Marie-Angélique-Françoise du Bois. In het huwelijk de Jonghe-Vilain XIIII werden zes kinderen geboren :

— Marie-Christine-Reine-Josephine-Ghislaine (Gent 19 oktober 1774 — aldaar 13 frimaire an IX = 4 december 1800), huwde — op 29 brumaire an VII = 19 november 1798 — met François-Joseph-Charles van der Bruggen (Gent 6 november 1765 — 18 november 1848), zoon van François-Jean van der Bruggen, heer van Duyfhuyse, Broucke; enz., en van Marie-Anne-Louise-Joseph van de Woestyne;

— Philippe-Théodore-Jean-Joseph-Ghislain (Gent 5 maart 1777 — Doornik 9 februari 1792);

— Charles-Désiré-Fidèle-Ghislaine (Cent 4 juli 1778 — Ardooie 1799);

— Edouard-Philippe-Ghislain (Cent 19 februari 1780 — aldaar 16 februari 1817), trouwde …/ …

lees alles over dit kasteel in deel 7 “Van Kasteel naar Kasteel” door Paul Arren.

Kasteel van Acoz

Categorie (Deel 9, Henegouwen) door

Sleutelwoorden : , , , , ,

vknk_acoz1Het kasteel van Acoz ligt in het gelijknamige Henegouwse plaatsje, op 9,5 km van Charleroi. Met de gemeentefusie van 1977 werd Acoz, samen met Gougnies, Joncret, Loverval en Villers-Poterie bij Gerpinnes gevoegd.

De heerlijkheid Acoz werd op 15 oktober 1549 aangekocht door Jean Marotte, oudste van acht kinderen van Nicolas Marotte (+ 1548), heer van Arbre; burgemeester van Namen; enz., en van Richarde le Couvreur. Jean Marotte (+ 3 december 1582), heer van Boussu-en-Fagne; baljuw van Marcinelle, Châtelet en Couvin; enz., huwde met Marie de Henry (+ Luik 25 januari 1584), dochter van Mathieu de Henry, meier van Châtelet; enz., en van diens eerste vrouw Jeanne de Niquet. Het echtpaar Marotte-de Henry zorgde voor elf kinderen :

— Jean (+ 20 augustus 1625), heer van Boussu-en-Fagne; grootbaljuw van Couvin; enz., trouwde — op 25 juli 1575 — met Marguerite de (of le) Sire (+ 5 augustus 1611), weduwe van François van den Hofstadt, heer van Bornival; enz.;

— Antoine, die opvolgde in Acoz;

— Winand (+ 21 juli 1623), licentiaat in de rechten; kanunnik van de Sint-Lambertuskatedraal in Luik; enz.;

— Nicolas, heer van Fosteau; enz., was getrouwd met Agnès Tabolet, dochter van Lambert Tabolet, burgemeester van Dinant …/…

Antoine Marotte bekwam — op 23 juli 1586 — van Filips II, koning van Spanje; graaf van Namen; enz., de samenvoeging van al zijn bezittingen in Acoz tot één volledige heerlijkheid, met lage, middelbare en hoge rechtsmacht onder één schepenbank. Hij huwde — op 10 juli 1580 in Châtelet — met Françoise du Jardin, kanunnikes van Donain; enz., dochter van Guillaume du Jardin, heer van Wodecq, Hérinnes; enz., en van Anne Buydens, genoemd Macquelrève. Antoine Marotte, opperbaljuw en meier van Châtelet; enz., werd, samen met zijn echtgenote, verpletterd onder de brokstukken toen hun woning in Châtelet op 4 december 1590 instortte. Uit hun echtverbintenis sproten vier kinderen …/…

vknk_acoz2

lees alles over Acoz in deel 9 van “Van Kasteel naar Kasteel” door Paul Arren.

Restauratie kasteel De Renesse gaat verder

Categorie (Actueel, Antwerpen, Deel 1, Deel 5, Deel_10) door

Sleutelwoorden : , ,

Het kasteel De Renesse in Oostmalle zal ook komend jaar verder gerestaureerd worden. Dat meldt Het Nieuwsblad op dinsdag 8 december.

Nu zijn het dak en de gevels van de rechter vleugel aan de beurt. Hier bevinden zich de ridderzaal, de keuken en de Sint-Joristoren.

Het kasteel De Renesse wordt besproken in Van Kasteel Naar Kasteel deel 1.

Het Nieuwsblad: Restauratie Kasteel de Renesse gaat verder